|
|
|
|
|
|
|
Onder de Draak vzw ontleent zijn naam en logo aan de draak boven op het Gentse Belfort.
|
Geschiedenis en legende van de Gentse Draak | index |
De Gentse draak staat reeds 6 eeuwen op het Belfort. Het is het symbool van de dikwijls verloren maar steeds herwonnen
vrijheid. Om hun voorrechten nog veiliger te stellen plaatsten de Gentenaars in 1377 een schrikwekkende draak op de spits
van de toren. De draak symboliseert de waakzaamheid en de vreesaanjagende macht van de Gentse gemeente.
In 1839 bleef hij definitief op de begane grond. Een nieuwe draak werd in 1854, volledig naar het model van de voorgaande, gemaakt. |
 |
Bij de laatste restauratiewerken werd hij onherstelbaar bevonden. In 1980 werd een nieuwe draak op de spits
geplaatst. De Belforten van Ieper en Doornik hebben ook een draak op hun torenspits, maar de Gentse draak overtreft ze
allemaal door zijn afmetingen : hij is 3,55 m lang,
1,50 m breed, 1,80 m hoog en weegt 398 kg. Hij bestaat uit een ijzeren
romp en is volledig bedekt met vergulde koperen platen van onregelmatige vorm.
De draak is bij de Gentenaren steeds zeer populair geweest. Men betrok hem zelfs bij feestelijkheden door hem vuur te laten
spuwen. Dit is voor het eerst gebeurd op 17 maart 1500 ter gelegenheid van de doopplechtigheid van prins Karel. Vanaf 1595
gebeurde dit regelmatig bij grote gelegenheden. De laatste keer dat de draak vuur spuwde was in 1819 tijdens het bezoek van
de Prins van Oranje aan Gent.
In de 16de eeuw schreef patriciër Marcus van Vaernewijck het boek "Die historie van Belgis" waarin hij de herkomst van de
draak verklaart. Dit verhaal werd door de eeuwen heen steeds aangevuld tot de Deense professor Frederik Schiern er in 1859
nog een grandioos slot aan reeg. Het verhaal ging als volgt :
|
"Tijdens zijn kruistocht tegen de Seldsjoeken in de jaren 1107-1111 werd de Noorse koning Sigurd Magnussen te Konstantinopel
een schitterende ontvangst bereid door keizer Alexius Comnemus. Bij zijn afreis naar het Noorden zou de vorst de vergulde
draak van de voorsteven van zijn schip als dank aan zijn keizerlijke gastheer hebben geschonken, die het pronkstuk
vervolgens op de Aya Sofia of op het Bukoleon-paleis zou hebben laten plaatsen. Een kleine honderd jaar later nam de
Vlaamse graaf Boudewijn IX deel aan de Vierde Kruistocht en werd na de herovering van Konstantinopel op de Turken in 1204
in de Aya Sofia tot keizer gekroond van het Byzantijnse Rijk.
|
|
Hij zou de Noorse draak van Konstantinopel naar onze gewesten hebben laten overkomen en
ze aan het stadje Biervliet hebben geschonken, wiens strijders zich immers in de voorpostgevechten tegen de Turken zo
moedig hadden gedragen. De indrukwekkende trofee - zo gaat het verhaal verder - zou niet lang in het bezit van Biervliet
gebleven zijn, want reeds na korte tijd viel hij in handen van de Bruggelingen. Op hun beurt haalden de Gentenaars na de
slag op het Beverhoutsveld in 1382 de draak van de Brugse Sint-Donaastoren, om hem als oorlogsbuit triomfantelijk langs de
Lieve naar Gent over te brengen. Daar werd hij op het Belfort geplaatst."
De Bruggelingen hechten wel geloof aan die legende en kwamen tientallen jaren lang hun draak terugvragen, ook de Noren
stelden nog tot in 1918 voor de draak naar Noorwegen te laten terugkeren. Over de functie van de draak tast men in het
duister, want de draak stond er reeds voor 1401, wanneer de keure van het klooster van de Minderbroeders naar het Belfort
is verplaatst. Daarom neemt men de draak als behoeder voor de gehele stad.
In legenden huist een draak altijd op een berg en dit zou ook kloppen want het Belfort staat op één van de hoogste punten
van Gent waar de niet zo ver afgelegen straat "Zandberg" ons aan herinnert. Een ander argument is de Onderstraat, die
evenwijdig loopt met de Hoogpoort, dit is een verbastering van Hongerstraat of Ongerstraat, wat op zijn beurt afstamt van
het woord "anger" of "angra" dat in het Oud-Perzisch slang betekent. Een draak is meestal een slang gecombineerd met
lichaamsdelen van andere dieren.
|
|
In de volksmond werd echter ook nog een andere legende overgeleverd: Toen de eerste vlaamsche kruisvaarders ter verlossing
van het H. Graf naar het Oosten trokken, leefde te Constantinopel een kundig koperslager, Joris geheeten, wiens dochter
door hare deugd en bevalligheid de liefde haars vader en de bewondering der gansche stad verwierf.
De zoon des Keizers, een losbandige jongeling, kwam weldra het geluk van het huisgezin verstoren. Te gelijk door den voorzichtigen vader en de
deugdzame
|
|
dochter, in zijne verleidende aanbieding van de hand gewezen, besloot hij door geweld zich van het voorwerp zijner driften meester te maken.
Zekeren avond, toen hij den koperslager van huis wist, drong hij met geweld in Joris' woning, doch, door den
waakzamen vader verrast, werd hij door den woedenden koperslager overmand, dodelijk gewond en stervend naar het paleis overgebracht.
De rampzalige kunstenaar werd op staanden voet naar den kerker gesleurd en korts daarna voor 's Keizers rechtbank gebrachtHet doodvonnis werd uitgesproken;
maar de dochter, de onschuldige oorzaak van haars vaders ongeluk, gelukte er in de zaal
binnen te dringen, wierp zich voor de voeten des keizers en bekwam genade, op voorwaarde dat de koperslager een
kunstgewrocht voor een openbaar gebouw zou vervaardigen. Joris sloeg neerstig de hand aan het werk. Zich herinnerende
hoe de geest des kwaads onder de gedaante van een draak door zijnen heiligen Patroon werd overwonnen, besloot hij deze
gedaante na te bootsen als zinnebeeld der machtige ondeugd, waarvan hij het onschuldige slachtoffer was geworden.
Twintig jaren lang besteedde hij aan zijn meesterstuk al zijne kunst, tijd en krachten. Hij verbeeldde door de vlammende
horens de oppermacht, door de schichtige tong de lastertaal, door de kronkelige staart de menigvuldige listen, door de
klauwen de medeplichtigen van den keizerlijke roover. De laatste hamerslag werd door den dood tegengehouden. Joris overleed
voor hij zijn meesterstuk door het aansmeden der grijpende klauwen kon voltrekken. De draak werd niettemin als een
gedenkstuk op den ingang van het keizerlijk paleis geplaatst.
|
Hij bleef daar tot Constantinopel in 1204 door de Vlamingen werd buitgemaakt en de draak, door Keizer Graaf Boudewijn IX,
aan de Gentenaren geschonken werd, als belooning hunner dapperheid en bewijs hunner getrouwheid. Bij het overbrengen werd,
volgens sommige schrijvers, dit zegeteken te Biervliet door de Bruggelingen buitgemaakt en naar Brugge gevoerd.
De Gentenaren herwonnen den draak onder Filips van Artevelde en stelden hem in 1382 als palladium of beschermteeken op hun
Belfort.
|
|
Als krijgskundig kenteken gaat de draak terug tot in de verre oudheid. Reeds de Aziatische volkeren voerden hem
op in hun vaandels. Dit gebruik ging van de Syriërs tot de Grieken over. Tijdens keizer Trajan ontleenden de Romeinen
aan de draken het gebruik der krijgsstandaarden, bestaande uit een lans, waarop een zilveren drakenkop met openen muil
was gestoken. De Franken gebruikten hetzelfde krijgsteken, dat men eveneens van de 6de tot de 10de eeuw op de
strijdvaandels der Engelsen terugvindt. De eerste graven van Vlaanderen, evenals de Hertogen van Brabant, droegen een
draak boven hun helm. Moet het ons dan verwonderen, dat de Gentenaren op den spits van hun Belfort, dat zij in 1378 voltrokken, er liever
eenen draak dan een haan of vlagsken op zetten? Julius Vuylsteke vond in 't jaar 1871 in de stadsrekeningen, waar
spraak is van de werken ``an den beelfroote ende van de huerclocke'' de volgende aantekening: ``Van den drake, van
den appel ende van den huese - lIm IIIe XIIIlib.'' Dat hier wel degelijk de windwijzer bedoeld wordt, blijkt uit de
woorden ``appel'' d.i. de bol waarop de draak ronddraait, en de ``huese'' of kram waarmede de wijzer op den toren
vastgehouden wordt.
Zelfs in het clublied van de studentenclub OAK (Oosterse Afrikaanse Kring) lezen we volgende strofe:
"En van 't Belfort af, schreeuwt de gulden draak met de zilveren leeuw over Gent."
|
| index |
|
|
|
|
|
|
|
|
|